Ben je op zoek naar een boormachine, maar weet je nog niet welke boormachine het beste bij jou past? Bekijk ons koopadvies.
Sluiten
Advies en informatie nodig? Neem eens een kijkje op onze koopadviespagina over laminaat.
Sluiten

Dakbedekking




 

Eenvoudig zelf een dak bedekken

Een dak kan op veel manieren en met veel verschillende materialen bedekt worden. Deze pagina geeft inzicht in welke aanpak geschikt is voor welk dak. Uiteraard moet dakbedekking behalve functioneel, ook fraai ogen. Hier vind je alle informatie omtrent dakbedekking, reparatie en isolatie.

Welke soorten dakbedekking moet ik gebruiken? Een enkellaagse dakbedekking kan gebruikt worden voor het bedekken van bergingen, garages en dergelijke. Een meerlaagse dakbedekking is noodzakelijk voor ruimten die bewoond worden.

 

Voorbereiding

Controle en voorbehandeling

Voordat het dak bedekt gaat worden, moet gecontroleerd worden of het dak in orde is. Het moet goed schoon en droog zijn. Verwijder bij een houten ondergrond oude of uitstekende spijkers. Kromgetrokken planken moeten bijgeschaafd worden. Slechte of rotte planken moeten verwijderd worden. Indien er wordt afgewerkt met een toplaag dan moet de onderlaag en het hout van elkaar gescheiden worden door Dakbedekking krantenpapier. Dit ter voorkoming van scheuren in de onderlaag door werking van het hout. Een betonnen laag moet, alvorens te bedekken, geheel vlak zijn. Bovendien moet het voorbehandeld worden met een voorstrijklaag. Deze sneldrogende laag breng je op met behulp van een borstel, verfroller, luiwagen of trekker.

Na droging (± 90 minuten) breng je de onderlaag aan. Naast bovenstaande is het van belang te weten dat een plat dak nooit volstrekt horizontaal mag zijn. Dan zou immers het regenwater op het dak blijven staan. Het dak moet dus kunnen afwateren en daarvoor moet je een afschot aanbrengen van 1 centimeter per meter richting de hemelwaterafvoer. Mocht de afvoer verstopt raken, dan is het belangrijk om een voorziening te treffen waardoor het water over de rand kan weglopen.

 

Afwerking randen

Vrijstaande dakvloerranden

De randen van een dakvloer moeten afgewerkt worden met een boeiboord. Deze kun je maken van watervast meranti of massieve kunststofplaten. De boeiboorden breng je verticaal aan en laat je 10 cm boven de dakvloer of isolatie uitsteken. Je zet het boeiboord vast door het aan de randbalk van het dak vast te spijkeren. Door de boeiboorden creëer je randen met een hoek van 90°. Omdat dit te scherp is voor de dakbedekking zet je tegen het boeiboord nog een houten of kunststof mastiekschroot die de hoek terugbrengt tot 45°. De mastiekschroot spijker of plak je met koude kleefstof vast aan het boeiboord.

Dak tegen muur
Als het dakvlak tegen een muur aanloopt, is het niet mogelijk een boeiboord te plaatsen. Je moet dan wel een mastiekschroot gebruiken om de hoek van 90° naar 45° terug te brengen. Zet deze vast tegen de muur. De onderlaag en de dakbedekking moeten vervolgens tot 10 cm op de muur doorlopen. Bij de afwerking plaats je een loodslab of een aluminium knelstrip (ook wel muuraansluitprofiel genoemd) over de rand van de dakbedekking.

Onderlaag aanbrengen

Onderlaag

Een onderlaag mag alleen geplaatst worden bij droog weer en bij temperaturen boven de 5°C. Bekijk hieronder de werkwijze.

 

De randen

Allereerst dienen de randen afgewerkt te worden met stroken van 1 meter. Laat de stroken elkaar 15 cm overlappen en plak deze delen vast met een koude kleefstof. Sla vervolgens de stroken verder vast met daknagels van 20 mm op het boeiboord. Doe dit om de 30 cm. Snijd de stroken voor de binnen- en buitenhoeken schuin in en plak deze vast.

 

 

Daktrimmen

Als alle randen zijn voorzien van de onderlaag, kun je de aluminium daktrimmen op de boeiboorden plaatsen. Begin met het plaatsen altijd in één van de hoeken. Zaag de daktrim zodanig in dat hij verstek gebogen kan worden. Werk met stukken van 200 cm en zet de daktrim om de 40 cm vast met roestvrije schroeven. Tussen de stukken dien je 2 mm speling aan te houden, zodat er ruimte is voor uitzetten.

 

 

De onderlaag

Voor het bevestigen van de rest van de onderlaag op het dakvlak rol je als eerste een baan uit vanaf het laagste punt en de kim. De tweede baan rol je er naast. Zorg dat de verschillende stroken elkaar 10 cm overlappen en onderling van elkaar verspringen. Zo werk je het hele dakvlak af. De dwarsnaden moeten een overlap krijgen van 15 cm. Om de onderlaag waterdicht af te werken, verlijm je alle naden. Zet de onderlaag op de overlappen verder vast met 20 mm daknagels. Doe dit om de 10 cm volgens een zigzagpatroon.

 

Bovenlaag aanbrengen

Voorbereiding

Een bovenlaag kan een plak- of branddakbedekking zijn. De voorbereiding bestaat uit het op maat snijden van de banen van de toplaag en het rollen van deze banen om een pijp. De toplaag begin je te leggen bij het laagste punt (waterafvoer) van het dak en vanaf de kim. De dakranden werk je pas aan het eind af.

 

Plaatsing

Leg de bovenlaag in dezelfde richting als de banen van de onderlaag, echter een halve baan verspringend. Halveer om dit te bewerkstelligen de eerste baanbreedte. De tweede baan is dan weer de normale rolbreedte. Overlap vervolgens de naastliggende baan met 10 cm. Zorg dat de dwarsnaden verspringen en dat je een overlap van 15 cm aanhoudt.

 

 

Branden

Rol de baan voor de helft uit en begin dan pas met het vastplakken van de toplaag met behulp van een brander. Verwarm de rol gelijkmatig en over de volle breedte, zodat er een bitumenrups voor de rol ontstaat. Duw de rol in deze rups en druk hem stevig aan. Zorg dat – door het aandrukken – aan weerszijden van de rol een nieuwe bitumenrups van ongeveer 1 cm ontstaat. Door het vastbranden van een baan in twee gedeeltes, voorkom je dat de baan scheef wordt geplakt. Als het dakvlak helemaal is bedekt, snijd je stroken voor de kanten.Let op: Plaats uit voorzorg altijd een brandblusser op het dak.

 

 

Plakken

Rol de baan voor de helft uit en begin dan pas met het vastplakken van de toplaag met behulp van koude kleefstof. De naden moeten extra stevig aangedrukt worden en afgestreken met een plamuurmes. Door het vastplakken van een baan in twee gedeeltes, voorkom je dat de baan scheef wordt geplakt. Als het dakvlak helemaal is bedekt, snijd je stroken voor de kanten. De ondergrond kan nu ingesmeerd worden met koude kleefstof. Breng de volgende strook aan met een overlap van 15 cm en kit als laatste de groef van de daktrim af met bitumineuze afdichtingskit.

 

 

Blazen

Door een slechte dampverdeling onder de dakbedekking bij het dekken op oude, bestaande dakbedekking kunnen er blazen of plooien op het dak ontstaan. Deze problemen zijn te voorkomen door de onderlaag, waarover de dakbedekking wordt aangebracht, eerst voor te behandelen met een voorstrijklaag en de dakbedekking vervolgens gedeeltelijk te plakken of te branden. De randen van de dakbedekking moeten wel volledig verlijmd worden.

 

 

Vloeibare dakdekking

Als je het dakvlak wilt bedekken met vloeibare dakbedekking, dan moet je eerst een voorstrijklaag op de ondergrond aanbrengen. Hiervoor gebruik je een zogenaamde luiwagen of trekker. Die komt ook weer van pas als je de vloeibare dakbedekking zelf gaat aanbrengen. Het verbruik per laag vloeibare dakbedekking is circa 0,4 liter per m2. Laat de eerste laag dakbedekking goed uitharden voordat je de tweede laag aanbrengt (het uitharden duurt ongeveer 24 uur). Ook de tweede en eventueel derde laag breng je aan met de luiwagen of trekker. Strooi over de bovenlaag leislag, zodat het dak UV-bestendig wordt.

 

 

Shingles

Een dak met een helling kleiner dan 15° is niet geschikt voor shingles. Alvorens shingles op het dak te bevestigen, is het raadzaam het dakvlak van een bitumineuze onderlaag te voorzien. Breng vervolgens op de plaats waar de voet-shingle geplaatst gaat worden dakreparatiepasta aan. Kleef hierin de voetshingle en nagel iedere shingle vast met vier daknagels van 20 mm. Laat de strook 6 tot 10 mm over de dakrand steken. De eerste rij volledige shingles start je door het leggen van een shingle aan de zijkant en onderrand gelijk aan de voetshingle. Voor de nokstroken snijd je de tabs van de shingle los van elkaar. Plaats deze stroken over de nok van het dak, zodat de nagels van de laatste rij shingles bedekt worden.

 

Golfplaten

Golfplaten

Golfplaten zijn er in vele soorten, kleuren en maten. Op bijvoorbeeld een schuurtje, carport of houtopslagplaats zorgen golfplaten voor een gemakkelijk te realiseren, waterdichte dakafwerking. Voor het afdekken van woningen zijn ze niet geschikt. Voor gebruik van golfplaten moet sprake zijn van een hellingsgraad van minimaal 7°. De wijze van bevestigen verschilt per soort. Lees voor aanvang van de klus dus goed de handleiding op de verpakking door. Op basis van de hellingsgraad bepaal je de balkafstanden voor de draagconstructie. Nadat de draagconstructie klaar is, kun je de platen er in de lengterichting van de golf tegenovergesteld op bevestigen. De golfplaten moeten elkaar overlappen. De overlapping (minimaal 1 golf in de breedterichting en 15 cm in de lengterichting) varieert naar gelang de hellingsgraad, maar dient altijd op een balk te rusten.

Ventilatie
Voor een goede ventilatie is het nood-zakelijk dat de golfplaten tegen de hoofdwindrichting in worden gelegd. Voor een waterdichte afwerking van de golfplaten die tegen een muur aanlopen, voorzie je de aansluiting op de muur van afdichtband of lood.

 

Dakdelen repareren

Reparatie

Als een deel van een dak dat met bitumineuze dakbedekking is bedekt, gerepareerd moet worden, verwijder allereerst de daktrim. Vervolgens maak je het dak goed schoon. Dat betekent ook dat je het grind moet verwijderen dat eventueel op het dak ligt.

Op de plaatsen waar de bitumendakbedekking kapot is, repareer of verwijder je de toplaag en de eventuele onderlagen. Dan breng je op de ondergrond een voorstrijklaag aan en als die droog is, de nieuwe onder- en bovenlaag. Als een deel van een dak dat met vloeibare dakbedekking is bedekt, gerepareerd moet worden, ga je met dakreparatiepasta aan de slag. Met dit product kun je gemakkelijk kleine beschadigingen, zoals scheuren, barsten en blazen repareren. Zie de verpakking voor de gebruiksaanwijzing.

 

Tips

Tip 1: Goede brander

Een hobbybrander is niet geschikt voor het vastbranden van bitumen dakbedekking. Gebruik een propaanbrander, zo voorkom je ergernis. Let wel: plakken is veiliger dan branden.

Tip 2: Scheuren voorkomen

Ter voorkoming van scheurvorming op de naden van de daktrim kun je op de naden een strookje dakbedekking met bitumineuze afdichtingskit of dakreparatiepasta plakken.

Tip 3: Geen bitumen op teerdak

Repareer nooit een dak op basis van teer met bitumen. Die twee producten verdragen elkaar niet.

Tip 4: Brandbare folie

De folie op brandrollen is bedoeld om het aan elkaar plakken in de verpakking te voorkomen. Je hoeft het niet te verwijderen: het verbrandt bij de montage.

Tip 5: Tegels helpen

De koude kleefstof die je gebruikt bij het bevestigen van plakrollen, zorgt ervoor dat de bitumen lagen in elkaar versmelten. Dit proces verloopt veel beter als je tijdelijk zware gewichten, bijvoorbeeld stoep-tegels, op de dakbedekking aanbrengt.

Tip 6: Waterdicht

Voor optimale waterdichtheid moeten de shingles aan de dakrand ook worden vastgezet met dakreparatiepasta.

Tip 7: Alles op kleur

Om grote kleurverschillen in een shinglesdak te voorkomen, is het aan te bevelen de shingles eerst onderling te mengen.

 

Dakbedekking benodigdheden

Wanneer je van plan bent om werkzaamheden aan een dak te gaan verrichten, is het raadzaam om eerst de benodigde hulpmiddelen in te slaan. Een goede voorbereiding is tenslotte al het halve werk. Hieronder een greep van onze artikelen die gebruikt kunnen worden wanneer je van plan bent om je dak te gaan bedekken of repareren. Bekijk hier het hele assortiment van dakbedekking en benodigdheden.

Aquaplan dakshingles

Doordat deze shingles licht van gewicht zijn, biedt het in vergelijking met andere dakdichtingsmaterialen een lichtere en goedkopere dakstructuur.

Meer informatie